Gisteren 23/5 hadden we geen internetverbinding. Vandaag 24/5 doet de computer moeilijk. We proberen het technisch probleem zo snel mogelijk op te lossen. De twee dagverslagen volgen waarschijnlijk morgen.

 

Buiten pijnlijke voeten alles oké hier in de Landes. De Spaanse grens nadert...


(verslaggever Dirk Staf, in opdracht van Diederik en Frankie)



22 May 2015

Distance today

Total distance

Weather


DAG 47

36 Km

1267 km



Previous daily reports: click Belgium, France, Spain.


Sleeping: Abdij van Saint-Marie de Rivet, Rivet


Walking with: Marion (NL/F)



Route

  • Saint Ferme
  • Monségur
  • La Réole
  • Pondaurat
  • Auros
  • Rivet

Na de excellente maaltijd gaan we samen met Marion en Patricia naar de abdijkerk om die nog snel te bezoeken. Pech, ze is al gesloten. We proberen wel opnieuw morgen. Marion doet nog een fles Bordeaux cadeau en we keuvelen samen nog wat in de keuken. De twee Franse dames zijn al aan het maffen; ze hebben de gewoonte vroeg te vertrekken.

Het ontbijt vandaag is atypisch... althans wat Franse normen betreft. Eindelijk ook hartige dingen... smeerkaas en plattekaas met peper, zout en radijzen! Onze Belgische gastvrouwen hadden zelfs ook voor Nutella gezorgd. Eindelijk niet enkel een korstje brood met confituur. Geen slecht woord over de Franse keuken maar het ontbijt kan toch meestal een stuk beter. Gerda stopt me zelf wat radijzen toe voor de tocht!

 

Bij ons vertrek uit Saint-Ferme is de abdijkerk ook nog altijd fermé. Ja Ad, ferme en fermé worden bijna hetzelfde geschreven maar betekenen niet hetzelfde. Wat een juist accent toch uitmaakt. Gisteren zei Frankie aan Gerda onze gastvrouw uit de koekenstad, A’werpen, dat hij het accent had herkend... waarop hij onmiddellijk werd gecorrigeerd dat het niet ging over een accent maar over een “aagenhaad”, een eigenheid dus... Ze zijn échte schatjes onze Gerda en Patricia.


Tussen Sainte-Ferme en Saint-Hilaire-de-la-Noaille stappen we langs een pruimgaard.  We zijn hier ook niet ver van de stad Agen.. gekend voor de gedroogde pruimen.

Onze eerste stop nemen we in Saint-Hilaire. Er wordt weer druk gebeld naar de mogelijke overnachtingsplaatsen... te zeggen dat onze Canadese vriend (zie dag 42 – 15 mei) van een paar dagen geleden de Camino dacht te doen zonder GSM én zonder adressenboek. Wake up, mate!

In La Réole houden we een langere stop. We drinken zoals afgesproken een halve liter op Kelle zijn verjaardag en... beginnen terug als gekken rond te bellen. Straks begint het Pinksterweekend en dan nemen de Fransen helemaal de telefoon niet meer op. Gelukkig slagen we erin om alles rond te krijgen. Oef.

In de velden richting Pondaurat zien we een vogel met veel moeite tegen de wind invliegen. Het dier vliegt bijna achteruit... het is aan het sukkelen. Marion leert ons dat ze dat in Nederland “bidden” heten. OK goed... bidden is zeker ook ergens bij stilstaan... maar achteruitgaan?

We lopen aan de oevers van de Garonne niet tussen de wijngaarden maar tussen de kiwiplantages en de wilgentakkenvelden. Drie twintigers rijden ons met de fiets voorbij, hun sledehond volgt hen gezwind. Op een brugje steken wij ze opnieuw voorbij waarop de hond ons spontaan volgt. De jonge dame van het gezelschap roept de hond terug: “LouLou!”, waarop Frankie automatisch zijn hoofd draait! Goed geprobeerd maar toch niet... ze was al vergezeld door twee pretendenten.

In Pondaurat verlaat Marion ons. Wij moeten nog een uur verder. Pas na twee en een half uur, met een totaal van 36 kilometer, komen we doodop aan in de Abdij van Saint-Marie du Rivet. We hebben vandaag 7 en een half uur doorgewandeld.

We zijn net op tijd voor de maaltijd. We hadden graag onze bottines uitgedaan om onze pijnlijk voeten eindelijk ruimte te geven, maar daar is geen tijd voor.. of een frisse douche genomen... de vliegen vluchten van onze geur... maar ook dat kan niet. Wachten dus.

 

We worden onthaald door een vriendelijk zuster “Hostelière”. Ze toont ons onze plaats aan de gastentafel. De oudste aan de tafel is negenennegentig. Je leest het goed, de jongsten: wij. Verder zit er nog een echtpaar uit Parijs, weet de sympathieke mijnheer te vertellen. Het centrum preciseert zij, “parce que la banlieu...” en ze rolt met haar ogen. Verder verveelt ze ons met vragen waarop ons antwoord haar een worst kan wezen. Ze concludeert met recht en rede “Un pèlerinage, c’est dur”... ze zou onze voeten eens moeten voelen!